Leerlingstatuut Stichting Meer Primair                                  


Klik hier om het leerlingstatuut te downloaden.

CONSIDERANS
Dit leerlingenstatuut van de Stichting Meer Primair – hierna te noemen ‘Meer Primair’ of ‘de stichting’ – regelt de rechten en verplichtingen van leerlingen en van ouders/verzorgers van leerlingen van een van Meer Primair uitgaande school jegens de stichting. Voorts regelt dit statuut de rechten en verplichtingen die Meer Primair, en een van Meer Primair uitgaande school, heeft jegens de leerlingen en diens ouders/verzorgers.
 
Het leerlingenstatuut is op 2 november 2016 vastgesteld door het College van Bestuur van Meer Primair. De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad heeft haar instemming verleend aan dit statuut.
 
A.         Algemene bepalingen
 
Artikel 1.         Begripsbepalingen
 
Stichting: De  Stichting  Meer  Primair,  gevestigd  te  Hoofddorp,  gemeente
Haarlemmermeer, inschrijvingnr. Kamer van Koophandel 60242736.
Bevoegd gezag: Het College van Bestuur van de stichting.
School: Een van de stichting uitgaande school.
Schooldirectie: De directie van een school.
OGMR: De oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de stichting.
Klachtenregeling: De klachtenregeling bedoeld in artikel 14 van de Wet op het primair onderwijs.
Leerkrachten: Personeelsleden met een onderwijsgevende taak; daaronder mede be- grepen eventuele aanstaande leraren, die als stagiair(e) of leraar in
opleiding in de school les geven.
Leerlingen: De leerlingen, die op een school staan ingeschreven.
Onderwijs ondersteunend personeel: Personeelsleden van de school belast met een andere taak dan lesgeven,
niet de schooldirectie.
Ouders: Ouders, wettelijke vertegenwoordigers en verzorgers van leerlingen.
Personeel: Diegenen, die aan de school verbonden zijn.
Schoolgids: De gids bedoeld in artikel 13 van de Wet op het primair onderwijs.
Artikel 2.         Leerlingenstatuut
  1. Dit leerlingenstatuut is van toepassing op alle personen en organen die een rol vervullen dan wel anderszins betrokken zijn bij de verzorging van het onderwijs aan leerlingen op een van de stichting uitgaande school.
  2. Het leerlingenstatuut wordt vastgesteld door het College van Bestuur en heeft een werkingsduur van twee jaar. Dit statuut wordt tenminste zes maanden voor het verstrijken ervan geëvalueerd, waarna dit – al dan niet gewijzigd – opnieuw voor een termijn van vier jaar wordt vastgesteld. Het is mogelijk het leerlingenstatuut tussentijds te wijzigen.
  3. Het College van Bestuur legt het statuut en ieder voorstel tot wijziging ter advies dan wel instemming voor aan de OGMR alvorens tot een besluit over te gaan.
  4. Het statuut mag niet in strijd zijn met de statuten van de stichting. Indien er niettemin toch sprake is van strijdigheid, is het bepaalde in de statuten van de stichting bindend.
  5. In gevallen waarin dit statuut niet voorziet en voor zover het de rechten en plichten van de leerlingen en ouders betreft, beslist het College van Bestuur na overleg met de schooldirectie.
 
B.         Het onderwijs
 
Artikel 3.         Toelating
  1. Godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of seksuele geaardheid van een leerling of diens ouders kunnen geen reden zijn om een kind niet als leerling tot de school toe te laten. Indien een leerling bij aanmelding niet als zodanig geplaatst kan worden, wordt deze op een wachtlijst geplaatst, waarbij de volgorde van inschrijving de volgorde van plaatsing bepaalt, onverminderd het bepaalde in het tweede lid van dit artikel.
  2. Als reeds een kind uit een gezin als leerling staat ingeschreven op de school, dan krijgt een 2e, 3e en volgend kind uit datzelfde gezin voorrang bij plaatsing als leerling, ook al is dat kind of zijn die kinderen later aangemeld dan een kind uit een ander gezin. Voorts kunnen zich bijzondere omstandigheden voordoen, die ertoe leiden dat door de schooldirectie van de wachtlijst wordt afgeweken.
  3. Ouders en leerlingen zijn verplicht de bijzondere grondslag van de school te onderschrijven of te respecteren. Voorts zullen de leerlingen deelnemen aan alle onderwijsactiviteiten die door of vanwege de school worden georganiseerd, ook al betreft dat activiteiten die zich in de ogen van de ouders niet verdragen met de eigen religie of levensbeschouwing van de ouders of van het kind.
  4. Op grond van de volgende criteria, en met inachtneming van het bepaalde in het vijfde lid kan een kind als leerling tot de school worden toegelaten. De schooldirectie draagt zorg voor voldoende informatie over deze criteria aan de ouders van het betreffende kind.
    a.         Kinderen moeten, om als leerling tot de school te worden toegelaten, minimaal de leeftijd hebben die de wet stelt.
    b.        Een kind moet ter zake voldoen aan de volgende eisen:
    -          mobiliteit; het kind moet in staat zijn zich zelfstandig te bewegen, met of zonder hulpmiddelen.
    -          communicatie; het kind moet in staat zijn zich uit te drukken in voor zijn leeftijd gebruikelijke taal.
    -          leerbaarheid; het kind moet in staat zijn kennis tot zich te nemen en zich vaardigheden eigen te maken.
    -          zelfredzaamheid; het kind is zindelijk en kan zich redelijkerwijs zelfstandig aan- en uitkleden.
    Bij elke aanmelding hoort een intakegesprek, waarbij ouders dringend worden verzocht het kind dat, of de kinderen die zij als leerling willen aanmelden mee te nemen. De schooldirectie heeft het recht zich over een aangemeld kind te laten informeren bij de peuterspeelzaal/basisschool van herkomst, dan wel bij elke andere door hem ter zake relevant geachte instelling.
    c.         Ouders en leerlingen dienen zich te houden aan alle huishoudelijke regels in de school.
    d.         Kinderen die, ingeschreven staan op een andere, niet van Meer Primair uitgaande school, kunnen, met uitzondering van verhuizing,
               alleen aan het begin van het schooljaar bij een school worden ingeschreven. In bijzondere situaties, zulks ter bepaling van de
               schooldirectie, kan hiervan worden afgeweken.
    e.         Ouders zijn verplicht alle relevante informatie over het aan te melden kind te verstrekken aan de schooldirectie; het achterhouden van
               informatie kan het annuleren van de inschrij- ving tot gevolg hebben.
    f.         Ouders dienen het inschrijfformulier dat door de schooldirectie wordt verstrekt geheel en naar waarheid in te vullen en te ondertekenen;
               indien dit niet naar waarheid is ingevuld kan plaatsing alsnog worden geweigerd.
    g.         Ouders kunnen de school niet dwingen specifieke voorzieningen te treffen voor hun kind of kinderen, ook al is er sprake van een
               medische indicatie.
  5. Kinderen die extra ondersteuning behoeven als bedoeld in de wetsbepalingen betreffende het Passend Onderwijs kunnen worden toegelaten als de school een adequate begeleiding kan garanderen. Er is sprake van een extra ondersteuningsbehoefte als het samenwerkingsverband, waarbij een school is aangesloten, deze behoefte heeft vastgesteld. Als het een leerling betreft die eerder was ingeschreven op een niet van de stichting uitgaande school, dan is er sprake van een extra ondersteuningsbehoefte vanuit het samenwerkingsverband, waaraan de school was verbonden waarop de betreffende leerling was ingeschreven.
  6. Indien een kind op grond van de criteria bedoeld in lid 1 niet als leerling wordt toegelaten, deelt de schooldirectie dit besluit onder opgave van redenen schriftelijk aan de ouders van het betreffende kind mee.
 
Artikel 4.         Het verzorgen van onderwijs 
  1. Elke leerling en diens ouders hebben er recht op dat het personeel zich inspant om goed en bij de leerlingen passend onderwijs te verzorgen.
  2. a.        Als een leerkracht naar het oordeel van ouders het onderwijs niet goed verzorgt, kunnen ouders dit bespreken met de desbetreffende
                leerkracht.
    b.        Wanneer de gesprekken genoemd onder a. geen bevredigend resultaat opleveren, kunnen ouders hun grief bespreken met de
                schooldirectie, die dit vervolgens bespreekt met degene tegen wie de grief is gericht. Hij probeert zo tot een oplossing te komen.
    d.        Betreft de grief een lid van de schooldirectie dan wordt deze neergelegd bij het College van Bestuur, waarna die de grief bespreekt met
                het  desbetreffende lid  van  de schooldirectie.
    e.        De leerkracht, de schooldirectie of het College van Bestuur geven binnen redelijke termijn de ouders een reactie op hun grief.
  3. Wanneer een leerling extra zorg nodig heeft, is het onderwijs gericht op individuele begeleiding die is afgestemd op de behoeften van het kind. De school bepaalt, in overleg met het samenwerkingsverband waarbij de school is aangesloten, de grenzen van de begelei- dingsmogelijkheden.

Artikel 5.         Het volgen van onderwijs en het meedoen aan activiteiten
  1. Leerlingen zijn verplicht met alle activiteiten mee te doen; uitsluitingen zijn niet mogelijk, tenzij een medische reden daaraan ten grondslag ligt.
  2. Een leerling die een goede voortgang van de les verstoort of verhindert kan door de leerkracht verplicht worden zich te melden bij een daartoe aangewezen lid van de schooldirectie.
 
Artikel 6.         Toetsing en beoordeling
  1. Toetsing van de leerstof kan op twee verschillende wijzen geschieden:
    a.        Door oefentoetsen. Een oefentoets is uitsluitend bedoeld om de leerkracht en de leerling inzicht te geven in hoeverre de leerling de
               lesstof begrepen en geleerd heeft. De oefentoets kan onverwachts worden gehouden.
    b.        Door beoordelingstoetsen. Daartoe behoren:
    -          overhoringen, schriftelijk dan wel mondeling;
    -          cito-toetsen of andere in de school geaccepteerde toetsen;
    -          proefwerken/repetities;
    -          werkstukken/spreekbeurten.
  2. Een leerkracht beoordeelt een afgenomen toets binnen twee weken nadat deze is afgenomen, tenzij er zich bijzondere omstandigheden voordoen, dit ter beoordeling van de schooldirectie. Voor werkstukken geldt een termijn van vier weken. Voor toetsen die door of vanwege een externe partij worden afgenomen, zoals de Eindtoets, geldt de termijn die door de betreffende partij ter zake wordt gehanteerd.
  3. De ouders van een leerling hebben recht op inzage in diens beoordelingstoets, nadat deze is beoordeeld.
 
Artikel 7.         Rapporten
  1. Leerlingen en ouders hebben recht op mondelinge en/of schriftelijke rapportage over de prestaties van de leerlingen.
  2. Een mondelinge/schriftelijke rapportage geeft de leerling en zijn ouders tenminste een overzicht van zijn prestaties voor alle ontwikkelingsgebieden/vakken over een bepaalde periode.
  3. Het schriftelijk rapport is gericht aan de ouders. Bij inlevering van een aan de ouders gericht rapport is, bij retourontvangst op school, de handtekening van tenminste één van de ouders vereist.
 
Artikel 8.         Verwijdering op grond van leerprestaties
  1. Het is in beginsel niet toegestaan een leerling op grond van onvoldoende leerprestaties van school te verwijderen. Dat is slechts mogelijk als de wettelijke procedure die is voorgeschreven voor verwijdering van leerlingen daartoe ruimte biedt. Deze wettelijke procedure is beschreven in het beleidsdocument ‘Beleid toelating, verwijdering en schorsing van leerlingen van Stichting Meer Primair’.
 
C. Rechten ten aanzien van de eigen persoon
 
Artikel 9.         Recht op informatie
  1. Ouders dienen voorafgaande aan de inschrijving van hun kind als leerling door de schooldirectie te zijn geïnformeerd omtrent de doelstellingen van de school en het onderwijs, het onderwijsaanbod, de werkwijze van de school, de toelatingscriteria, alsmede over die aangelegenheden die voor de leerling verder van belang zouden kunnen zijn.
  2. Ouders zijn bekend met en nemen kennis van het leerlingenstatuut.
  3. Tijdens het schooljaar worden (de leerling en zijn) ouders geregeld over schoolzaken op de hoogte gehouden door middel van brieven, ouderavonden en verslagen.
  4. Ouders hebben de mogelijkheid de schooldirectie en de leerkracht vragen te stellen over het functioneren van de leerling binnen de school.
 
Artikel 10.       Leerlingenadministratie en privacybescherming
  1. Op school bevindt zich een leerlingenadministratie, waarin alleen die gegevens zijn opgenomen die relevant zijn voor de schoolloopbaan van de leerlingen. In de registratie worden geen andere persoonsgegevens opgenomen dan:
    a.         naam, voornamen, voorletters, geslacht, geboortedatum, adres, postcode, woonplaats, telefoonnummer en bank- en
               girorekeningnummer;
    b.         een administratienummer (onderwijsnummer) dat geen andere informatie bevat dan bedoeld onder a;
    c.         nationaliteit en geboorteplaats;
    d.         naam,  voorletters,  adres,  postcode,  woonplaats,  telefoonnummer  en  bank-  en girorekeningnummer van de ouders, voogden of
               verzorgers van minderjarigen.
    e.        gegevens die noodzakelijk zijn met het oog op de gezondheid of het welzijn van de betrokkene;
    f.          gegevens betreffende de godsdienst of levensovertuiging van de leerling, voor zover die noodzakelijk zijn met het oog op het
               onderwijs;
    g.         gegevens betreffende de aard en verloop van het onderwijs, alsmede de behaalde studieresultaten;
    h.         gegevens die noodzakelijk zijn met het oog op de organisatie van het onderwijs en het verstrekken of ter beschikking stellen van
               leermiddelen;
    i.         gegevens die noodzakelijk zijn met het oog op het berekenen, vastleggen en innen van bijdragen of vergoedingen voor buitenschoolse
               activiteiten;
    j.          andere dan de onder a. tot en met i. bedoelde gegevens waarvan de opneming wordt vereist ingevolge of noodzakelijk is met het oog
               op de toepassing van een andere wet;
    k.         gezinssituatie;
    l.         gezinsvolgnummer;
    m.       opleiding/beroep van ouders;
    n.        gegevens van afleverende basisschool;
    o.        verslagen van rapportvergaderingen;
    p.        verslagen van ouderavonden;
    q.        verslagen van oudergesprekken, van externe deskundigen, van handelingsplannen e.d.
  2. Wanneer een leerling een personeelslid vertrouwelijk gegevens verstrekt dan is het desbetreffen- de personeelslid verplicht deze gegevens vertrouwelijk te houden, ook tegenover overige leden van het personeel, de schooldirectie, het College van Bestuur en de ouders, tenzij dit in strijd is met geldende wetgeving uit daarvan afgeleide voorschriften.
  3. Leerkrachten kunnen op eigen initiatief contacten onderhouden met ouders, indien dit op grond van de wetgeving rondom de informatieverstrekking aan ouders is toegelaten.
 
Artikel 11.       Vrijheid van meningsuiting
  1. Iedere leerling en diens ouders heeft de vrijheid zijn mening op school te uiten binnen de grenzen die de identiteit en de doelstelling van de school daaraan stellen en die passen binnen de algemeen aanvaarde normen voor goed fatsoen. Leerlingen en diens ouders dienen elkaars mening en die van anderen te respecteren.
  2. Uitingen, in welke vorm dan ook, die als discriminerend of beledigend kunnen worden ervaren, zijn niet toegestaan.
 
Artikel 12.       Normen en waarden
  1. Kinderen en ouders houden zich aan de heersende normen en waarden in de school.
 
Artikel 13.       Uiterlijk
  1. Leerlingen komen verzorgd op school volgens algemeen aanvaarde normen van goed fatsoen, zulks ter beoordeling van de schooldirectie;
  2. De schooldirectie heeft de bevoegdheid voorschriften te geven en te wijzigen ter zake van uiterlijk en kleding van de leerlingen.
 
Artikel 14.       Klachtenregeling
  1. Het  College  van  Bestuur  heeft  inzake  klachten  van  (ex)leerlingen,  ouders,  vrijwilligers, personeelsleden, schooldirectie en leden van het College van Bestuur een klachtenregeling vastgesteld. Deze regeling is ter inzage op de website en op de school beschikbaar.
 
D. Dagelijkse gang van zaken
 
Artikel 15.       Orde
  1. De schooldirectie stelt alle huishoudelijke regels vast en zorgt ervoor dat alle betrokkenen in de school hiervan kunnen kennis nemen en deze naleven.
 
Artikel 16.       Schade
  1. Ten aanzien van de aansprakelijkheid van schade door of aan leerlingen toegebracht, gelden de hierop betrekking hebbende bepalingen van het Burgerlijk Wetboek.
  2.  De ouders van een leerling die schade heeft veroorzaakt worden hiervan door de schooldirectie in kennis gesteld en hierop aangesproken.
  3. Tegen een leerling die opzettelijk schade toebrengt aan het schoolgebouw, eigendommen van de school of eigendommen van derden, kunnen door de schooldirectie of het College van Bestuur strafmaatregelen worden getroffen.
 
Artikel 17.       Aanwezigheid
  1. De  leerlingen zijn  verplicht  in  de  school  aanwezig  te  zijn  op  de  door  het  College  van Bestuur/schooldirectie vastgestelde schooltijden en dagen. 
  2. Voor lesverzuim door ziekte of andere oorzaken gelden de afspraken zoals vastgelegd in de schoolgids van de school.
 
E.         Strafmaatregelen 
Nadere regels hieromtrent zijn opgenomen in het beleidsdocument ‘Beleid toelating, verwijdering en
schorsing van leerlingen van Stichting Meer Primair’.

Artikel 18.       Strafbevoegdheden
  1. Leerlingen volgen de aanwijzingen van de leden van het personeel. Indien zij dit niet doen kan de leerkracht of de schooldirectie de leerling een redelijke straf opleggen. 
  2. Meent de leerling ten onrechte of onredelijk zwaar te zijn gestraft dan kan hij of kunnen zijn ouders zich wenden tot de schooldirectie, die in overleg met de leerkracht uiteindelijk beslist.
 
Artikel 19.       Straffen
  1. Bij het opleggen van een straf dient er een redelijke verhouding te bestaan tussen de soort straf, de strafmaat en de ernst en aard van de overtreding.
  2. Het moet duidelijk zijn voor welke overtreding de straf wordt gegeven.
  3. Bij de praktische uitvoering van een straf wordt rekening gehouden met de mogelijkheden van de leerling.
  4. Lijfstraffen, in welke vorm dan ook, zijn niet toegestaan.
 
Artikel 20.       Schorsen 
  1. De schooldirectie kan een leerling met opgave van redenen voor een periode van ten hoogste één week schorsen.
  2. De schooldirectie stelt het College van Bestuur van een dergelijke schorsing op de hoogte.
  3. Het besluit tot schorsing wordt schriftelijk, met opgave van redenen, aan de ouders medegedeeld (met een afschrift aan het College van Bestuur).
  4. Het College van Bestuur stelt de inspectie en de leerplichtambtenaar van een schorsing voor een periode langer dan één dag schriftelijk en met opgave van redenen in kennis.
 
Artikel 21.       Definitieve verwijdering 
  1. Het College van Bestuur kan besluiten tot definitieve verwijdering van een leerling. Nadere regels hieromtrent zijn opgenomen in het beleidsdocument ‘Toelating, verwijdering en schorsing van leerlingen van Stichting Meer Primair’.
 
F.         Slotbepaling
 
Artikel 22.       Slotbepaling 
Indien zich met betrekking tot dit leerlingenstatuut, dan wel de toepassing daarvan, een onduidelijkheid voordoet, beslist het College van Bestuur.

Klik hier om het leerlingstatuut te downloaden.